• oktober 2017
    M D W D V Z Z
    « Apr   Dec »
     1
    2345678
    9101112131415
    16171819202122
    23242526272829
    3031  
  • Archief

Santiago de Compostella in 12 dagen

Op 1 september was het dan zover. Lon en ik stonden voor de startstreep van de route naar Santiago de Compostella in de Hagestraat in Haarlem. We werden die dag vergezeld door onze oude studievriend/huisgenoot Robert en fietsfanaat/vriendin Nicolette. Vol goede moed en afgeladen met duizenden kilocalorieën aan repen en poeders vertrokken we rond 8:30 met bestemming Brussel.

foto1

Wat eraan vooraf ging.

Lon lanceerde traditioneel zijn zwaar overmoedige plannen voor aanstaand fietsjaar. Naast een scala aan subtropische eilanden was er ook een idee om naar Santiago de Compostella te gaan fietsen. Een tocht, waarbij direct moest worden gefietst sprak mij het meeste aan, dus koos ik voor de laatste optie. Startplaats zou dan sowieso Haarlem moeten zijn, al was het maar om onze vrienden Harm en Jet, die in het voormalige klooster bij de officiële start wonen, de lol te gunnen om ons ¨af te stempelen¨. Vrijdag 1 september, kort na de vakantie moest de startdatum worden. Aangezien ik maar beperkte tijd had, zou de afstand in maximaal 12 dagen gefietst moeten worden. The lab is calling.
We begonnen aan onze voorbereiding: ultra lichte bepakking selecteren, peperdure ultralichte essentials afrekenen, spullen selecteren én deselecteren, route uitzetten, informatie inwinnen, medereizigers enthousiasmeren, fiets in topconditie brengen, energieberekeningen maken, stempelkaart regelen, enz. Ik ben na een zoektocht naar Jacobsschelpen ook nog bij de visboer in Heemstede geweest, waar ik 3 handgedoken enorme Jacobsschelpen kreeg. De Jacobsschelp is hét teken dat je een pelgrim bent en zou je zelfs bij overvolle restaurants of herbergen een plekje garanderen.
Enkele weken voor vertrek heb ik het hardlopen even stopgezet en me alleen op het fietsen gericht. Geen fysieke uitdaging in snelheid, maar vooral kweken van zitvlees. Want ik had zo’n vermoeden dat mijn achterwerk wel eens de meest kritieke factor van de reis zou kunnen worden…
De laatste week voor vertrek hadden Lon en ik dagelijks intensief whatsapp contact, waarbij we elkaar op jaagden de laatste spoedbestellingen te doen.
Twee dagen voor vertrek was ik bezig een gat in de enorme Jacobsschelpen te boren zodat ik deze aan een leren koord kon bevestigen, toen Marion opmerkte dat we ook enkele exemplaren van die schelpen in handzaam formaat in onze tuin hadden liggen… Enfin, dat was dus ook geregeld.

1 september.
Harm gaf een korte uitleg van de decoraties in de kapel van het Rosenstock Huessi Huis (het voormalige St. Jacobs Gasthuis) en stempelde vervolgens onze Credencials del Peregrino (stempelkaarten). De start was gegeven en etappe 1, bestemming Brussel, met een lengte van 247,5 km kon beginnen. Uitgezwaaid door gezin en vrienden gingen we op pad. Het bescheiden, 4 koppige, peloton koerste via Leiden, Kinderdijk, naar Breda. Na een voedzame lunch op een terras namen we afscheid van onze vrienden Robert en Nicolette en koersten we vastberaden verder naar Brussel. We kwamen tegen over half negen bij Wim, een vriend van Lon in hartje Brussel en werden verwend met Belgische bier en heerlijke pasta.

foto2

De volgende ochtend begonnen we met een lekke band. Na het vervangen van het rubber, zetten we koers naar St. Quentin, Frankrijk. Afstand 222 km. Lon kreeg al snel problemen met de achterderailleur, waardoor schakelen niet meer ging. Gelukkig vonden we in Roosdaal, België een behulpzame fietsenmaker. Een halve bus WD40 en de nodige liters perslucht later trokken we verder naar Frankrijk, door het leeggelopen platteland. We ontwaarden vandaag ook de eerste Jacobsschelp op het wegdek. Hét teken dat we op de goede route zaten. Met een gemiddelde snelheid op Strava van bijna 25 km/u betekende het een snelle etappe. Op de snelheidsmeter zagen we vaak rond de 30 km/u staan. Toch kwamen we pas tegen half negen aan op de camping van Seraucourt-le-grand en moesten ons haasten naar de pizzaboer.

De volgende ochtend gingen onze telefoons alweer om half zeven jengelen, maar gedisciplineerd bepakten we de fietsen voor onze reis naar Parijs. Vandaag hadden we schitterend fietsweer. We verbaasden ons over de gigantische kathedralen die ieder dorpje of stadje had gebouwd. Dat kon toch onmogelijk allemaal in stand worden gehouden? Zo’n 30 km voor Parijs mochten we in het kielzog van een Franse wielrenner. Hij probeerde ons aanvankelijk nog te lossen, maar gaf zich uiteindelijk gewonnen en had er veel plezier in ons met een rotvaart Parijs in te loodsen. Onze wegen scheidden bij Bobigny, waarna wij richting Eiffeltoren gingen. We mochten helaas niet een rondje Champs Élysée doen. Dit was afgezet. Na een tergend langzaam verlopende laatste deel van de etappe vanwege voortdurend uitwijken voor flanerende of sportende Parijzenaren kwamen we tegen de schemer op de camping in Villier-sur-Orge. De locale restaurants waren gesloten, zodat we in het duister naar een wokrestaurant 7 km verderop moesten. Daar aangekomen bleek dat een geweldige keuze, zodat we volgetankt bij de inmiddels gesloten camping terugkwamen. Gelukkig alarmeerde onze poging over het hek te klimmen de eigenaresse en zwaaide de deur alsnog open,

foto5

Op dag 4 stond Tours op het programma. Afstand 235 km. Gelukkig nog geen 1000 hoogtemeters. Ik postte zoals iedere dag snel een berichtje op de app Polarsteps, zodat mijn achterban onze vorderingen kon blijven volgen. Deze app was voor mij van grote meerwaarde want de likes van de supporters werkten echt stimulerend. Onze achterwerken begonnen inmiddels behoorlijk te protesteren, waarbij we iedere gelegenheid om op de pedalen te staan aangrepen. Ik begon al te mijmeren over de inzet van een biefstuk. Dit was voor de vegetarische Lon nog even geen optie. Het landschap was schilderachtig, vooral de rit langs de Loire. We hebben onderweg nog wat extra opladers gekocht, want inmiddels was duidelijk dat snel de elektronica kunnen opladen cruciaal was voor een lange dagetappe. De routine voor elektrische apparatuur na aankomst was altijd: elektriciteit regelen, gps opladen, en overnacht de telefoon en X-storm zonnepaneel/power bank bijladen. Het X-storm zonnepaneel had ik op de voortas bevestigd, waardoor deze gedurende de hele dag weer een beetje oplaadde. De batterij van dat apparaat had voldoende capaciteit om het gps horloge en de fietsnavigatie snel op te laden. De telefoon bijladen ging wel, maar volledig opladen duurde te lang. Tijdens de lange dagen op de fiets hadden we wisselende manieren van fietsen. Op rustige wegen fietsten we soms samen op onderwijl kletsen, filosoferend of grappend over wat ons bezighield. Soms kreeg een van ons tweeën het op de heupen en klampten we aan om in elkaars wiel om flink terrein te boeken. Het kwam ook voor dat we even op fietsten met een local of andere pelgrim. Maar dat duurde meestal niet heel lang, omdat wij ondanks onze behouden snelheid toch vaak stukken sneller waren dan andere fietsers. Soms fietste een van ons (meestal ik) ook wel eens een stukje vooruit, maar we bleven bijna altijd binnen zichtafstand. We kwamen ook deze dag weer laat aan op een camping bij Tours. Gelukkig was de camping nog bemand, zodat we snel essentiële informatie konden inwinnen. We moesten ons wederom haasten voor het restaurant waar we ons overlaadden met verrukkelijke salade en pasta. Vergezeld van een schuimkraagje natuurlijk. Na een nachtelijk bezoek aan de wasserette om onze sterk riekende fietskleding weer op te frissen, kwamen we bij de inmiddels weer afgesloten camping aan. Terwijl ik maar weer over het hek klom, testte Lon de deurklink en zwaaide hij triomfantelijk de deur open. Gedurende de nacht sloeg bij mij de twijfel over het vervolg toe. We waren vier avonden op rij laat gearriveerd en dat ging de komende dagen zeker niet anders worden. Dit wreekte zich met name voor het eten, onderhoud aan de fiets, kleding en lijf. De volgende ochtend heb ik Lon overgehaald een treinrit naar Bordeaux in te plannen om niet achter op schema te raken. Vanuit Bordeaux zijn we direct door naar Salles gefietst, waar we voor het eerst met daglicht de tenten hebben opgezet.

Dag 5 bestond uit een 240 km lange rit naar Hendaye, de grens met Spanje. We ontwaarden langzaam ook wat mede pelgrims, maar de meesten deden het begrijpelijkerwijs wat rustiger aan. In één van de dorpjes ondernamen we een poging om een stempel in een kerk te bemachtigen. Jammer genoeg was er niemand te bekennen, waarna Lon op het idee kwam om dan maar zelf uit stempel vanuit kaarsvet te vervaardigen. Helaas bleek de vloeistof lampolie en hadden we een olievlek op dag 5 staan. We fietsten ‘s middags door een landschap met ontelbare aantallen watertorens en enorme stukken productiebos. Voor de rest was er niets dan gesloten winkels. Het was maar goed dat onze bovenbuis tasjes volgepropt waren met snickertjes en andere kilocalorieën knallers, want aanvullen was er niet bij. Misschien door de semi-rustdag hadden we goede benen, waardoor we die dag heerlijk hebben gekoerst door het Franse landschap. Tegen 8 uur kwamen we in Hendaye, waar we voor de laatste keer op Franse bodem overnachtten. De bestelling in het restaurant verliep volgens protocol. Dat wil zeggen dat we eerst een maaltijdsalade bestelden om die vervolgens te laten opvolgen door een pastamaaltijd. Deze bestelling leidde altijd tot fronsende wenkbrauwen van de ober en het advies om of het één óf het ander te bestellen. Maar niet allebeide. Ik denk dat veel mensen zich weinig voorstelling kunnen maken van de enorme hoeveelheid kilocalorieën die we er dagelijks doorheen jasten.

foto8

De volgende ochtend reden we als eerste het Spaanse stadje Hondarribia binnen, waar we uitgebreid de tijd namen om ons aan Spaanse lekkernijen tegoed te doen. We hoefden die dag immers slechts 150 km te koersen. Het weer was prachtig en de uitzichten fantastisch. Het landschap wisselde van bergachtig naar baaien met prachtige kliffen en uitzichten over de oceaan. Ondanks de ¨korte¨ etappe kwamen we pas in het begin van de avond in Bilbao aan. We bleken wel ruim 2000 hoogtemeters te hebben overbrugd. In Bilbao hadden we een hotelletje in het centrum geboekt. De fietsen mochten van de zwaar naar alcohol riekende hotelbediende wel in de kamer. No hay problemas! Ik moet booking nog een feedback sturen. We hebben die avond getafeld in een authentiek Spaans café-restaurant. Met Baskisch bier. De volgende ochtend hebben we eerst enkele selfies gemaakt voor het Guggenheim museum om vervolgens koers te zetten naar Comillas. De rit zou ruim 150 km zijn en ook weer ruim 2000 hoogtemeters gaan meten. Nee, vlakke wegen doen ze in Baskenland niet aan. Overigens was het verlaten van de stad een ware puzzel. Eerst werden we al quasi aangevallen door een troep half wilde honden en daarna stuurde de navigatie ons uiterst dubieuze paden in. Toen we na 2,5 uur nog steeds binnen de stadsgrenzen waren, sloeg de wanhoop toe en kozen we resoluut voor een N-weg om eindelijk westwaarts te gaan. Het werd uiteindelijk gelukkig toch nog een prachtige rit met weer heel aangenaam fietsweer. We zagen ook steeds vaker één of enkele goed gesoigneerde Spaanse wielrenners. Altijd inclusief baard. Af en toe gingen we in het wiel van een local rijden. De meeste vonden dat wel geestig en namen ons een tijdje op sleeptouw. Of wij hen.

Het is heel moeilijk om het fietsen zelf te beschrijven. Het ritmisch draaien van de pedalen en het zachte geluid van de ketting geeft een heel rustgevend gevoel. Soms komt daar windgeruis bij en het lichte zoemen van de banden op het wegdek. Op rustige wegen fietsten we dikwijls naast elkaar en bespraken we interessante wetenschappelijke of politieke zaken. Met name Trump was deze tocht een populair onderwerp. Maar ook relaties, kinderen, vrienden en ambitie was een vaker terugkerend thema. En we hebben de levenscyclus van de platte egel ontrafeld! Ook werden lange stukken zwijgend afgelegd, waarbij de fiets-trance regelmatig onderbroken werd door commentaar op een opmerkelijke indruk vanuit het landschap. Of een grap vanuit het niets. De echte fietsers zullen begrijpen dat touren nooit verveeld. Zolang het maar rustig is. In de stad is het vaak hectisch en zijn er vele onderbrekingen door stoplichten. Dat begint te irriteren. Maar weer eenmaal aan de stad ontsnapt bieden zich altijd weer nieuwe paden aan. Lonkende paden.

 

Op de camping in Comillas aangekomen maakte Lon een leuk time-lapse filmpje van het opzetten van onze tenten. Daar waren we inmiddels erg geroutineerd in geworden. Ik deed een simpele maar briljante uitvinding voor het opladen van de elektronica. Door een klein zakje aan de oplaadstekker te hangen, waarin de telefoon of navigatieapparatuur paste, kon de apparatuur op iedere plek opladen. Alleen een stopcontact is voldoende, ook als deze hoog in de muur zit.

We dronken een biertje in het café op de camping en raakten met enkele Duitse pelgrims aan de praat. We schrokken toen ze vertelden dat ze gemiddeld 15 km per dag aflegden. 15 km! Dat betekende dat een gemiddelde Spaanse etappe hen 10 dagen kostte. Een paar Franse etappes zou hen weken zo niet maanden bezig houden. Dit was echt andere koek. Op weg naar het restaurant (het was inmiddels weer donker) had Lon een diepe goot niet gezien en stortte lelijk te aarde. Ik was net te laat met mijn fototoestel, maar gelukkig kwam hij met de schrik vrij.

De volgende ochtend reden we als eerste het Spaanse stadje Hondarribia binnen, waar we uitgebreid de tijd namen om ons aan Spaanse lekkernijen tegoed te doen. We hoefden die dag immers slechts 150 km te koersen. Het weer was prachtig en de uitzichten fantastisch. Het landschap wisselde van bergachtig naar baaien met prachtige kliffen en uitzichten over de oceaan. Ondanks de ¨korte¨ etappe kwamen we pas in het begin van de avond in Bilbao aan. We bleken wel ruim 2000 hoogtemeters te hebben overbrugd. In Bilbao hadden we een hotelletje in het centrum geboekt. De fietsen mochten van de zwaar naar alcohol riekende hotelbediende wel in de kamer. No hay problemas! Ik moet booking nog een feedback sturen. We hebben die avond getafeld in een authentiek Spaans café-restaurant. Met Baskisch bier. De volgende ochtend hebben we eerst enkele selfies gemaakt voor het Guggenheim museum om vervolgens koers te zetten naar Comillas. De rit zou ruim 150 km zijn en ook weer ruim 2000 hoogtemeters gaan meten. Nee, vlakke wegen doen ze in Baskenland niet aan. Overigens was het verlaten van de stad een ware puzzel. Eerst werden we al quasi aangevallen door een troep half wilde honden en daarna stuurde de navigatie ons uiterst dubieuze paden in. Toen we na 2,5 uur nog steeds binnen de stadsgrenzen waren, sloeg de wanhoop toe en kozen we resoluut voor een N-weg om eindelijk westwaarts te gaan. Het werd uiteindelijk gelukkig toch nog een prachtige rit met weer heel aangenaam fietsweer. We zagen ook steeds vaker één of enkele goed gesoigneerde Spaanse wielrenners. Altijd inclusief baard. Af en toe gingen we in het wiel van een local rijden. De meeste vonden dat wel geestig en namen ons een tijdje op sleeptouw. Of wij hen.

Het is heel moeilijk om het fietsen zelf te beschrijven. Het ritmisch draaien van de pedalen en het zachte geluid van de ketting geeft een heel rustgevend gevoel. Soms komt daar windgeruis bij en het lichte zoemen van de banden op het wegdek. Op rustige wegen fietsten we dikwijls naast elkaar en bespraken we interessante wetenschappelijke of politieke zaken. Met name Trump was deze tocht een populair onderwerp. Maar ook relaties, kinderen, vrienden en ambitie was een vaker terugkerend thema. En we hebben de levenscyclus van de platte egel ontrafeld! Ook werden lange stukken zwijgend afgelegd, waarbij de fiets-trance regelmatig onderbroken werd door commentaar op een opmerkelijke indruk vanuit het landschap. Of een grap vanuit het niets. De echte fietsers zullen begrijpen dat touren nooit verveeld. Zolang het maar rustig is. In de stad is het vaak hectisch en zijn er vele onderbrekingen door stoplichten. Dat begint te irriteren. Maar weer eenmaal aan de stad ontsnapt bieden zich altijd weer nieuwe paden aan. Lonkende paden.

Op de camping in Comillas aangekomen maakte Lon een leuk time-lapse filmpje van het opzetten van onze tenten. Daar waren we inmiddels erg geroutineerd in geworden. Ik deed een simpele maar briljante uitvinding voor het opladen van de elektronica. Door een klein zakje aan de oplaadstekker te hangen, waarin de telefoon of navigatieapparatuur paste, kon de apparatuur op iedere plek opladen. Alleen een stopcontact is voldoende, ook als deze hoog in de muur zit.

We dronken een biertje in het café op de camping en raakten met enkele Duitse pelgrims aan de praat. We schrokken toen ze vertelden dat ze gemiddeld 15 km per dag aflegden. 15 km! Dat betekende dat een gemiddelde Spaanse etappe hen 10 dagen kostte. Een paar Franse etappes zou hen weken zo niet maanden bezig houden. Dit was echt andere koek. Op weg naar het restaurant (het was inmiddels weer donker) had Lon een diepe goot niet gezien en stortte lelijk te aarde. Ik was net te laat met mijn fototoestel, maar gelukkig kwam hij met de schrik vrij.

foto9

Tijdens de nacht op de camping in Comillas was het weer omgeslagen. Dankzij de knappe Spaanse camping hulp stonden wij hoog en droog, maar op het centrale veld leek het wel een zwembad. De wind was krachtig, maar de temperatuur bleef gelukkig aangenaam. We hadden de avond ervoor een maaltijd bestaande uit sardines, ansjovis en gefrituurde papas genuttigd. Dit zou onze bilspieren moeten aansterken om ons ook gedurende de laatste etappes in het zadel te houden. Want zadelpijn hadden we! We grepen ieder excuus om even op de trappers te gaan staan aan. En eenmaal in het zadel teruggezakt was het net zo lang schuiven en positioneren tot het minst aangetaste stukje vlees was gevonden.

foto10

Bestemming dag 9: Gijón. Afstand 145 km. En ruim 2000 hoogtemeters. Na ongeveer 15 kilometer kwamen we in San Vincente de la Barquera en zetten we ons eerst aan een geweldig ontbijt met vloeibare chocolade als het hoogtepunt. Het regende die dag niet alleen hemelwater, het regende ook lekke banden. Bij Lon althans. Zodoende hebben we nog flink geoefend in het wisselen van rubber. Tijdens een pauze in een sportcafé waren we nog getuige van winst door Contador in de Vuelta. Voor hem zat het er op. Maar voor ons nog niet. Wij harkten door! Na een dag met veel wind en regen kwamen we tegen de avond in Gijon aan. Een rare stad met veel hoogbouw. Gelukkig vonden we snel een hotel met zeer behulpzame mensen. De fietsen mochten in de lobby.

Dag 10 begonnen we maar weer met vloeibare chocolade om ons op te laden voor het doel vandaag: Ribadeo. Afstand 150 km, met weer 2000 hoogtemeters. Op de boulevard heb ik voor de tweede keer deze reis de kettingreiniger ingezet, zodat het ketting weer een zoemend in plaats van knarsend geluid produceerde.

We bleven ook dag 9 de kustlijn volgen. Het was voor mij een zware dag. De hele dag tegen de wind in beuken was een ware beproeving. De benen wilden overigens wel, maar mijn hoofd had de laatste uren even geen zin meer. Maar dat was het mooie van deze tocht. Iedere inzinking wordt bijna automatisch door je reisgenoot geneutraliseerd. Zodoende hadden we nooit echt zware problemen. Behalve in Tours dan.

foto11

Het viel ons op dat de huizen in Galicië (want daar waren we inmiddels aanbeland) vaak verlaten waren en langzaam tot ruïnes wegteerden. En het waren beslist geen lullige huisjes, maar vaak villa’s met grote lappen grond er om heen. Dus wie een ruim 2e huis zoekt in kuststreek van Spanje? Dit is mijn geheimtip.

Vlak voor we in Ribadeo arriveerden moesten we nog een brede baai oversteken door over een 40 meter hoog viaduct te fietsen. En dat over een heel smal pad tussen 2 hekken langs de weg. Doodeng, want de wind rukte snoeihard aan je fiets, helm en bepakking. Met uiterste concentratie fietsten Lon en ik door deze corridor. Onze onderarmen volledig verzuurd van het knijpen in het stuur. Afstappen was geen optie, want het pad was zo smal dat je niet naast de fiets kon lopen. En één stuurfout betekende dat je onherroepelijk over de kop zou slaan. Pero nos hicemos!

De camping in Ribadeo was wel de meest sneue camping die we ooit hadden gezien. Een veld achteraf op een industrieterreintje met op enkele honderden meters afstand de snelweg die hoog boven het platteland het dal overstak. Niettemin waren de basale benodigdheden aanwezig. Nadat we onze elektronica aan de electriciteit hadden gelegd en tentje en slaapspullen hadden geïnstalleerd gingen we naar het restaurant dat we aan de weg hadden gezien. Tot onze verbazing was in het restaurant nog geen eten te bestellen. Terwijl het zeker 8 uur was. Nee, de koks moesten eerst nog aan tafel. We zijn duidelijk in een andere cultuur terecht gekomen. Tijdens het eten beraamden we plannen voor de laatste 180 kilometer. Of netjes over 2 dagen uitsmeren en relaxed op dinsdag, zoals gepland, aankomen of nog één keer doorharken en één dag voor op schema arriveren. Uiteraard gingen we voor de heroïsche variant. Dus nog een cerveza en dan onder de veren.

foto12

Dag 11, bestemming Santiago de Compostella. Zoals besproken dus een rit van 180 km, waarbij we 2 heuvelruggen moesten overbruggen. Dit betekende voor de laatste keer weer een dikke 2000 hoogtemeters. We scoorden dit keer een ontbijt bij het tankstation. Alternatieven waren er niet. We namen ieder een ibuprofen, want beide hadden we last van een stekende achillespees of aanhechting achilles. Het was weer mooi fietsweer, en de wind was veel rustiger dan afgelopen dagen, hoewel we nog steeds wel een lichte bries tegen ervoeren. De fietssnelheid pakte vandaag dan ook wat beter uit dan bij de twee vorige etappes. Vooral omdat de afdalingen wat langer waren en de wind zich iets milder hield konden we vaak met ruim 40-60 km/h naar beneden. Lon “viel” steevast iets harder dan ik, zodat ik meestal zijn kielzog nam in de afdalingen. Nu waren we al goed op elkaar ingespeeld, maar bij deze afdalingen bleek een afstand van maximaal 5 centimeter tussen onze banden ruim voldoende voor een veilige afstand.

 

Ook vandaag vielen ons merkwaardige bouwsels op die we pas gisteren voor het eerst zagen. Kleine soort van schuurtjes, hoog boven de grond geplaatst. Soms was het dak met punten versierd. Het deed enigszins Japans aan. We filosofeerden over de functie. Ik hield het op opberghokken voor verloren sokken van pelgrims. Volgens Lon werden er Spaanse kindertjes in opgesloten. Na ettelijke kilometers aan giswerk vroegen we het aan een autochtoon. Geen sokken, ook geen kinderen, maar mais! We kwamen vandaag meer pelgrims tegen dan de hele reis tot dusver. We maakten nog even kennis met een jong stelletje uit Polen. De atletisch ogende jongen pelgrimmeerde per fiets en zijn nog atletischer ogende vriendin wandelde. We maakten een praatje tijdens een stop op een terrasje. Het bleek dat de jongen al na enkele etappes een ontstoken knie had opgelopen. Heeft zelfs een scan laten maken en kreeg het advies om te rusten. Ze kozen ervoor om de tocht per fiets voort te zetten. Dat wil zeggen, hij per fiets. Zij verder te voet. En zij liep maar liefst 40 km per dag! Dat hadden we wel anders gehoord! Nadat Lon en ik ook nog even overwogen ook maar per voet verder te gaan vervolgden we toch maar per fiets onze etappe. We kwamen na nog enkele wegversperringen en omleidingen uiteindelijk tegen 6 uur aan in Santiago de Compostella. Nou ja, bijna, want 1 km voor SdC kreeg ik toch nog een lekke band. Lon (Schwalbe One) – Bauke (Continental Grand Prix II): 4 – 1. Aangezien het de voorband was, was de klus snel geklaard en rolden we rond 6 uur toch nog het plein van de beroemde Kathedraal van Santiago de Compostella op. En wat schetste onze verbazing. Staat dat kreng in de steigers! Maar goed. Toch maar snel een paar foto’s laten maken en van anderen gemaakt. Want ineens kwamen de pelgrims vanuit allerlei hoeken het plein op gemarcheerd. We besloten direct door te gaan naar ¨gebouw 11¨, om daar onze laatste keer de stempelkaart te tonen. Na ruim een uur in de rij te hebben gestaan en ervaringen met allerlei mede pelgrims te hebben uitgewisseld namen we rond 8 uur ‘s avonds het handgeschreven certificaat, het compostelaat, in ontvangst.

Na een heerlijke nacht in een hotelletje in Santiago hebben we de volgende dag eerst onze fietsen afgegeven bij hotel Mexico. Van daaruit  werden de fietsen weer teruggebracht naar Nederland. We ontmoetten nog een avontuurlijke Belg die de vanuit België was gefietst op een elektrische mountainbike. Met 2 reserveaccu´s maakte hij daggemiddeldes van ongeveer 150 km. Vorige jaar had hij solo gevaren van Oostkust Amerika naar Frankrijk. Nu laat hij een boot  bouwen voor de route du rhum. Een fortuinlijke en avontuurlijke kerel. We bezochten aan het einde van de dag nog even de kathedraal en staken beide nog even een elektronisch kaarsje voor overleden familie en vrienden aan. Het beruchte wierookvat hing verankerd aan een dik touw. Het zwaaien schijnt nog maar één keer per week te gebeuren.

We verbleven de laatste nacht in een eenvoudig pension in de buurt van het vliegveld. We werden vriendelijk geholpen door een kopie van de schattige ugly Betty. De volgende ochtend vlogen we via Barcelona terug naar Nederland. We hadden veel vertraging, omdat de storm in Nederland verhinderde dat we konden vertrekken vanuit Barcelona. Na een tamelijk heftige terugvlucht scheidden onze wegen en werden we weer opgeslokt door de dagelijkse routine.

Statistiek. Volgens de Strava hebben we 2000 kilometer gefietst en daarbij ruim 20.000 hoogtemeters gemaakt. Volgens onze inschatting zullen daarvoor een half miljoen omwentelingen van de pedalen voor nodig zijn geweest. Daarvoor heb ik volgens Strava ongeveer 36.000 kcal nodig gehad bovenop het basale verbruik.

Bauke de Boer

19 oktober 2017

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: